Atoma, vroeger en nu
Zestig jaar geleden produceerde Georges Mottart de eerste Atoma-schriftjes. Aan het originele inbindsysteem met de kunststof ringetjes is sinds die tijd nauwelijks iets gewijzigd.
Het Atoma-schrift ontstond in de schoot de firma Atoma, die toen nog 'Papeteries Mottart' heette - oorspronkelijk een groothandel in papierwaren, opgericht in de jaren twintig van de vorige eeuw door Georges Mottart. Georges Mottart liet het duo André Tomas en André Martin aan een nieuw type schrift werken, waaruit uiteindelijk het ringensysteem onstond. Ze hadden dit systeem 'Atoma' genoemd, naar de initialen van hun beider namen, en Georges Mottart nam dit systeem in patent. In 1948 begon hij met de productie van dit nieuwe revolutionaire systeem, dat toeliet bladen weg te nemen of te verplaatsen in het schrift.
Eerst werden alleen A5-schriftjes met kaften in het typische gewolkte carton de Lyon geproduceerd. Later kwamen daar ook A4-schriften en andere formaten bij, met kartonnen of pvc-kaften. Maar steeds werd voor kwaliteitspapier gekozen: registerpapier van 90 gram.
De lancering van de Atoma-schriften viel samen met de opgang van de cursusblok met twee gaatjes en de ringmap, wat heel snel erg populair werd. Maar Georges Mottart ging in de tegenaanval: hij bezocht de scholen om de voordelen van Atoma te demonstreren. En zo begon het succes.
Intussen staat sinds een aantal jaren de derde generatie - Chantal Vancanneyt en haar broer Pierre-Michel - aan het hoofd van de onderneming. Zij stopten met de groothandelsactiviteiten om zich volledig te concentreren op de Atoma-productie. Ze lieten designers creatief zijn met de covers, en het assortiment werd serieus uitgebreid naar andere artikelen dan schriften (opbergsystemen, albums, enz.).
Er bestaat nu ook een Atoma-perforator waarmee je thuis de typische Atoma-insnijdingen kan maken. Daarnaast kan je nu ook je eigen drukwerk door Atoma laten inringen.
De hele productie gebeurt met slechts twaalf mensen. Per dag worden ongeveer vierduizend schriftjes afgewerkt, op jaarbasis zijn er dat 1,2 miljoen.
Tachtig procent van de productie blijft in eigen land. De rest is bestemd voor het buitenland.
Onlangs verhuisde de firma, na bijna een eeuw, naar een nieuw locatie, in Dilbeek.
